Bestandseigenschappen
In [Bestand]>[Eigenschappen] kan je instellingen aanpassen die je per bestand anders kan instellen.
Open een Bestand.
Ga naar [Bestand]>[Eigenschappen].

Een nieuw venster zal openen. In het venster kan je instellingen opslaan die per bestand aangepast kan worden. Wij raden aan deze instellingen op te slaan in een moederbestek om de werkwijze te standaardiseren.
Document
Soort nummering staat standaard ingesteld op automatische nummering met puntjes (bijvoorbeeld kop =1, werkomschrijving wordt 1.1). Het neemt het nummerpatroon aan wat je daarna zelf instelt. Je kan het ook instellen op [vrije nummering]. Dan wordt de nummering niet automatisch aangevuld.
Het basisniveau van element staat standaard ingesteld op tarieven. Alle elementen op het basisniveau worden ook in een overzicht getoond in de elementen in calculatietabel. Als je een prijslijst wil van alle werkpakketten, dan stel je het basisniveau in op werkpakketten.
Je kan het bestand op alleen-lezen zetten door het aan te vinken. Dit staat standaard uit. Bij het openen wordt het bestand dan sneller ingeladen. Dit raden we aan als je het alleen wilt openen, zonder aanpassingen uit te voeren.
Strikte modus kan je aanvinken als je wilt dat totalen van posten te allen tijde moeten overeenkomen met de onderliggende onderbouwing.
Weergave
Je kan een standaard instelling bepalen voor verschillende koppen, werkomschrijvingen en rekenlagen bij veld stijlnaam.
Op deze manier hoef je niet elke keer via de stijlfunctie in de knoppenbalk elke regel los van opmaak te voorzien.
Sjabloon
Hierin kan je de sjabloon ID, naam en nummering aanpassen. Deze wijzigingen kan je terugzien als het bestand is geïmporteerd via [Bestand]>[Nieuw]>[Startdocument].
Moederbestand
Werk je als organisatie met standaardbestanden, dan kan je een moederbestand instellen. Uit het moederbestand kan je hele hoofdstukken, inclusief onderbouwing, overnemen naar nieuwe calculaties. Alle opmaak, waardes en opbouw worden precies hetzelfde overgenomen van het moederbestand naar de nieuwe calculatie. Dit vermindert herhalend werk.
Als eerst bouw je een moederbestand op door een nieuw sjabloon of startdocument te openen en deze te vullen met alle koppen, werkomschrijvingen en elementen die vaak in calculaties gebruikt worden. Sla dit moederbestand vervolgens op.
Daarna open je een nieuw sjabloon of startdocument. Je stelt een moederbestand in voor de calculatie via [Bestand]->[Eigenschappen]-> [Moederbestand].
Vervolgens geef je aan via welk bestandspad de benodigde moederbestanden worden opgehaald.
Als het pad in ingesteld, kan je klikken op [Start]->[Moederbestand]. Deze knop staat naast de Stamgegevens in de knoppenbalk.
Selecteer het gewenste moederbestand uit de lijst. Het is ook mogelijk om in te stellen welk bestand standaard geopend moet zijn. Dit is mogelijk via [Bestand]->[Eigenschappen]->[Moederbestand]->[standaard moederbestand].
De uitleg om elementen uit moederbestanden te gebruiken kan je hier verder lezen.
Calculatiesets
Hierin kan je een standaard calculatieset instellen. Deze calculatie wordt dan gebruikt om informatie automatisch aan te vullen met informatie die gekoppeld is aan het elementnummer wat je invult. Ook is dit de calculatieset waarmee je de prijzen automatisch bijwerkt vanuit Stamgegevens.







